Planning werkzaamheden Natuurwerkgroep

Inventarisatie

De taken en activiteiten van de werkgroep zijn aanzienlijk toegenomen. De oorspronkelijke focus lag op de vogelkers, sanering en nazorg. Voor de meeste gebieden is dat redelijk goed afgerond met controle om de 2-3 jaar. KLH Zuid en met name de percelen C2 en C3 zijn zorgenkindjes waar de problematiek en een gepaste aanpak nader is uitgewerkt.

Vogelkers in vogelvlucht (november ’25)

In de meeste gebieden is de vogelkers redelijk onder controle. De percelen C2 en C3 in Zuid zijn nog een zorgenkindje met een verrassend weerbarstige zaadbank (aanhoudend veel zaailingen), maar vlak daarbij stonden dan ook een aantal van de grootste zaaddragers van het landgoed.

Noord lijkt het beste onder controle, al bleek er eerder dit jaar nog een flinke zaaddrager langs het ruiterpad te staan. Ook bleken er meer dan 10 kleinere en grotere (2-3 meter) struiken in de brem op het Bremveld (G1) te staan.

Op OLH zijn we net klaar met het afslaan na ringen en hoog afzetten van veel grotere zaaddragers. De komende jaren is veel nazorg nodig als de zaadbank tot ontwikkeling komt, alleen rooien vanaf 120-150 cm is dan een optie.

Werk aan andere soorten

Naast de vogelkers hebben we te maken met de volgende soorten:

  • Bramen: Hiervoor is een periodieke aanpak nodig, zoals 2x jaar maaien. Zie onder Verbeterde werkmethoden: Snellere bestrijding bramen.
  • Taxus: sterk uitzaaiend in alle gebieden, terugdringen en beheren. Kleinere exemplaren laten staan voor groene accenten tijdens de winters. Bij overige werkzaamheden de moeite nemen om struikjes onder de knie direct uit te trekken.
  • Dunning Sterrenbos: De geplante bomen worden groter en beconcurreren elkaar. Selectief dunnen van elzen en berken door rooien en ringen. Evalueren welke methode het beste werkt voor de onderhavige soorten (hoofdzakelijk berken en elzen).
  • Dunning zomereiken: In Zuid zijn veel oude stobben uitgelopen en is er aanzienlijke uitzaaiing, waardoor dunne exemplaren vaak binnen een halve meter van elkaar staan. Dit bedreigt de vitaliteit van het bos.
  • Esdoorn: te overheersend rond het Oorlogspad, beheren. Proef met ringen evalueren!!!
  • Hulst: Overheersend in Zuid ten oosten van de Vossenlaan. Beheer minder urgent.
  • Beuken: De uitzaaiing van deze soort is welkom, maar het is goed om in een vroeg stadium te bepalen welk aandeel gewenst is. Met teveel beuken krijg je een kaal bos zoals in het zuiden van Nieuw Leeuwenhorst aan de overkant van de Gooweg. Mogelijk actueel vanaf 2026/2027.

Overige werkzaamheden

  • Rillen maken langs de paden om te voorkomen dat honden de percelen doorkruisen (uitwerpselen en verstoring wild).
  • Opruimen valhout: rottend hout is een goede energiebron voor bramen.
  • Opruimen van resthout van de dunning in 2023 in Noord en OLH en afgezette vogelkersbomen. Dit laatste met name in C2, de grootste vogelkersen stonden daar.
  • Harken van blad op de paden in de herfst.
  • Snoeien langs de paden.
  • Kleine windschade opruimen wanneer wenselijk.
  • Selectief dunnen om de ruimte te geven aan toekomstbomen.
  • Het verplanten van zaailingen als die op ongewenste plekken staan zoals te dicht bij de paden of elders beter tot hun recht komen. En mogelijk ook het planten van nieuwe bomen en struiken. Zie ook werkzaamheden overige soorten.
  • Algemeen: staand dood hout is nuttig voor sommige diersoorten, maar niet alles kan blijven staan. Stammen zonder schors zijn niet aantrekkelijk meer voor insecten en spechten, daarom beter vellen. Door dode bomen te vellen krijgen omringende bomen meer ruimte. Dood hout op rillen heeft een meerwaarde voor veel dieren zoals insecten, vogels en kleine knaagdieren.
  • Kleine zomereiken dunnen in Zuid en OLH.
  • Esdoorn (bij woekering op Noord): kleinere met de spade rooien, grotere ringen. Overtollige zaailingen aanbieden aan MeerBomen.nu (bv. om het jaar).
  • Andere soorten (geen probleem)? Berken, Zwarte Den (Corsicaanse Den), Lijsterbes, Krenten, Rododendron, Abeel (op Oud), etc.
  • Takken en bomen uit de vogelsloot halen (en deels baggeren?).

Planning Spreadsheet

De planning die hieruit voortkomt, is verwerkt in een Google Spreadsheet (klik om de link te openen). De activiteiten per perceel zijn te vinden onder de tab ‘Planning’. Alle vrijwilligers hebben rechten voor het bekijken en het geven van commentaar.

De essentie van de planning is dat na het afronden van elke geplande activiteit direct de nazorg of volgende planning voor het perceel en de betreffende soort flora wordt gemaakt.

Dit spreadsheet bestaat uit de volgende onderdelen (tabs onderaan het scherm):

  • De drie kaarten van de hoofdgebieden Noord, Zuid en OLH. Bij elke kaart is een samenvatting gemaakt van de soorten in de percelen en welke aandacht deze nodig hebben.
  • Onder de tab Planning staan de volgende gegevems:
    • De perceelnummers in de eerste kolom (‘A’). Deze nummer zijn terug te vinden op de kaarten onder de eerste 3 tabs van het spreadsheet. De toevoegingen ‘n/z/o/w’ aan een perceelnummer zoals bv. ‘D3n’ geeft voor grotere percelen aan of de werkzaamheden voornamelijk in het Noorden/Zuiden/Oosten/Westen van het perceel zijn.
      De perceelnummers kunnen in deze kolom meerdermalen voorkomen voor de verschillende werkzaamheden in het perceel of deel daarvan.
    • In de tweede kolom (‘B’) staat de geplande maand (JJ-MM) of een periode zoals de wintermaanden (voor o.a. zaagwerk). Na het afronden van een geplande activiteit, kan de maand/periode van de vorige doorgang van het perceel opgenomen worden in de kolom Historie zodat er aansluiting blijft bij de vorige activiteiten.
    • De kolommen Werk en Toelichting spreken voor zich.
    • De kolom Historie geeft de maand van de vorige doorgang voor het perceel en het betreffende werk aan.
    • In de kolom Notities kunnen teksten van meerdere regels opgenomen worden. De Google Sheets geven dit aan met een zwart hoekje rechtsboven in de betreffende cel, idem in andere kolommen. De notitie teksten worden getoond zodra de muis erop staan (of de vinger het aanraakt).
  • Sortering:
    • Klik op de naar beneden gerichte pijlpunt rechts van de kolomletter (A=Perceel en B=Maand/Periode) van de kolom waarop je wilt sorteren.
    • Klik in het dropdown menu op: Blad Sorteren (A-Z)
    • In de mobiele Gsheet app is het sorteren even eenvoudig: kolom letter 2x aanklikken en op het “:” sub-menu in de kolom de sorteer optie kiezen.
  • Registratie: hieronder kan bijgehouden worden waar en wanneer is gewerkt op optioneel het aantal persoon-uren dat is gemaakt (interessante statistiek aan het einde van het jaar).
  • Notities: de soorten en werkzaamheden en eventuele aantekeningen over werkmethoden.
  • Verder kunnen sub-sheets aangemaakt worden voor het bijhouden van informatie over specifieke projecten (van de NW dag tot wat er maar voorkomt).

De tekortkoming van deze planning is dat het bijzonder moeilijk in te schatten is hoe veel werk veel activiteiten omvatten en hoeveel tijd ze in beslag kunnen nemen:

  • Wanneer je ergens 3 struiken vogelkers ziet staan, blijken het er 13 of 30 te zijn (zoals in het zuiden van D3).
  • Bramen kunnen in een deel van een perceel beperkt zijn en elders bijna ondoordringbaar.
  • Dood hout op de bodem kan een veelvoud blijken van wat je in eerste instantie ziet liggen en moet ook nog klein gemaakt worden voordat we het op rillen kunnen leggen.
  • Het aantal aanwezige leden van de werkgroep varieert wekelijks en sommige weken vallen uit door ongunstige weersomstandigheden (te nat, te koud, te heet, kortom echt Nederlands).

Met die onzekerheden moeten we leren leven. De planning is flexibel en er is elke week een keuze mogelijk tussen de diverse werkzaamheden van die maand of periode die passen bij de omstandigheden. Regelmatig zal er wat geschoven moeten worden als het werk meer of minder tijd in beslag blijkt te nemen. Ook kunnen gelegenheidsgroepen buiten de vaste vrijdag ploeg soms klussen uitvoeren waardoor we wat in kunnen lopen op de planning.

Verbeterde werkmethoden

Er wordt wekelijks, tijdens de NWdag en andere inzet, hard gewerkt en er worden goede resultaten geboekt. Maar soms is het een kwestie van iets slimmer werken i.p.v. harder werken. Met andere werkmethoden kunnen we proberen te voorkomen dat de toenemende hoeveelheid werk/soorten ons boven het hoofd groeit.

Am. Vogelkers

We lijken de zaaddragers goed onder controle te hebben. Maar de vogelkers verrast je vaak, zoals op Jachtlust, waar een groot exemplaar ongemerkt in een bosje rododendron bleek te staan. Ook in andere percelen komen we regelmatig exemplaren tegen van boven de 2 meter maar nog lang geen zaaddragers.
Ringen (en afslaan) samen met hoog afzetten blijft de voornaamste aanpak.

De redenen hiervoor zijn in de introductie al voldoende aangegeven. We moeten terug naar regelmatige en grondige controles aan de hand van de planning.

Zaailingen vogelkers

Hier hebben we in de percelen C2 en C3 mee te maken, en te verwachten is dat dit ook voor zal komen in diverse percelen op OLH.

Zie het artikel Am. vogelkers – bestrijding van de ‘spinaziefase’ op Natuurwerkers.nl.

Kort samengevat:

  • Kleine zaailingen uittrekken vergt (te) veel tijd en zorgt voor licht en ruimte op de bodem, wat de ontkieming van de rest van de zaadbank stimuleert.
  • Een alternatief is zaailingen uit te laten groeien en pas te verwijderen wanneer ze +/- 1,20 tot 1,50 hoog zijn. Dan is het rooien makkelijker zonder veel bukken en minder afbrekende wortels. De schaduw die ze tijdens het uitgroeien leveren komt een kleiner deel van de zaadbank tot ontwikkeling.
  • Aangezien de zaailingen onder een gemiddeld dicht bladerdak van voornamelijk eiken staan, duurt het meestal +/- 5 jaar en een hoogte van meer dan 5 meter voordat ze zaad vormen. Dit is een veilige marge bij aandacht om het jaar of jaarlijks.
  • Deze aanpak vergt elk jaar aandacht, maar hopelijk minder tijd en inspanning. Het risico is laag, maar in de planning moet het dunnen van de uitgegroeide zaailingen niet verwaarloosd worden.

Bramen

Bramen

De bramen staan overal en overvloedig. Zonder periodieke aanpak ontwikkelen zich Doornroosje-situaties zoals op het Bremveld (G1) en de megastruiken (2 meter hoog) naast Jachtlust.

Langs sommige smallere paden (zoals in het zuiden van KLH zuid) is een meer agressieve bestrijding van de bramen een noodzaak geworden voor de doorgang. Sommige gebieden kunnen we wellicht als afgeschreven beschouwen m.b.t. succesvolle bestrijding van bramen tenzij de nieuwe werkmethoden daar resultaat geven.

Om bramen significant terug te dringen, is een efficiëntere aanpak nodig. Het rooien van individuele wortels en het eruit trekken van de rank geeft resultaat, maar is bijzonder arbeidsintensief en zwaar (veel bukken).

Ondanks veel inzet maken we te weinig progressie. Tientallen vierkante meters opschonen in anderhalf uur is mooi, maar de bramen staan op het grootste deel van de 25 ha. bos/veld = 250.000 m2!!!

Aangepaste werkmethode bramen:

  • Maai de bramen op 10-15 cm af met een aangedreven heggenschaar (werkvlak 60 cm). Een heggenschaar snijdt de ranken door, terwijl een bosmaaier (met draad) de ranken stukslaat waardoor de plantenresten kunnen wortelen en bovendien een voedingsbodem voor meer groei zijn.
  • Daarna zijn een aantal opties mogelijk:
    • a. De ranken laten liggen en herhaald maaien (2-3 per seizoen) om zo de planten uit te putten.
    • b. De afgesneden ranken op hopen of rillen leggen, bij voorkeur bovenop bestaande hout-rillen zodat de kans op uitlopen minimaal is zonder contact met de bodem.
    • c. De beter bereikbare wortels met de hand en de spade rooien en op de ril van rijen te deponeren. Of laat de ranken weer uitgroeien en maai opnieuw (in hetzelfde seizoen) om zo de planten uit te putten.

Van de drie opties kunnen we a. of a+b of a+b+c toepassen met evaluaties op diverse locaties. Volledige (herhaalde) verwijdering ligt voor de hand langs paden (5-10 meter van het pad), alleen a. dieper het bos in toepassen.

De aanpak a+b+c is al met succes toegepast op het bremveld in Noord en op OLH naast Jachtlust. In beide gevallen hadden we te maken met zware oude wortels met vaak meer dan 10 ranken die moeilijk bereikbaar waren.

Gelezen: Op 10-15 cm afzetten en uiteinden met kalk/calcium insmeren!!? Een bewerkelijke aanpak maar mogelijk de moeite waard voor een experiment op een deel van de gemaaide gebieden! Deze aanpak vermijd ook achterblijvende wortels bij uittrekken.

Taxus

Het is een fraaie struik of boom, maar zonder actief beheer maakt het delen van het bos donker en ecologisch dood (monocultuur). Afgezien van specifieke partijen kan bv. om de +/- 50 meter een struik blijven staan.

Deze soort zaait agressief uit en bedreigt de diversiteit. Alle delen van de plant, m.u.v. delen van de bloemen, zijn giftig. Daarom is het beter om tijdens het werk handschoenen te dragen. Het hout is hard en taai, techniek is vereist om het gereedschap niet te slopen.

We kunnen verspreiding van de soort tegengaan door consequent kleinere exemplaren (vooral onder kniehoogte) uit te trekken.

Strategie voor beperkt gedogen Taxus:

  • Ten noorden van het grote huis tot de Leeuwenhorstlaan uitdunnen. De dichte bossen tegen het huis aan uitdunnen maar een scherm voor privacy laten staan (inkijk van opzij vanaf de Gooweg). Ten noorden van de Leeuwenhorstlaan alles verwijderen.
  • Ten zuiden van het Stalhuis uitdunnen maar een scherm laten staan voor de privacy van het Stalhuis, idem De Fazant (Lamp). Het Fazantenlaantje dunnen (met Adeline markeren wat weg kan). Op +/- 150 meter ten zuiden van het Stalhuis alles verwijderen (ook uitzaaiing vanaf Wildoord!).

Werkwijze:

  • Grote exemplaren die de doorgang van de paden belemmeren (meanderen) kunnen gesnoeid worden tot 2 meter hoog, zodat de doorgang gegarandeerd blijft. De zijtakken bij voorkeur dicht tegen de stam afzetten om lelijke ‘stekelvarkens’ te voorkomen.
  • Dichte bossen kunnen selectief gedund worden zodat er meer licht op de bodem komt voor ontwikkeling van de kruidlaag. Vellen door de zijtakken eraf te zagen (grof) en vervolgens de stam in 1 of 2 delen af te zetten. Het materiaal op rillen leggen.
  • Kleine exemplaren (tot +/- 1 meter hoog) kunnen gerooid worden door rondom de wortels door te steken en de plant te verwijderen. Dit heeft de voorkeur boven afzetten i.v.m. opnieuw uitlopen.

Werkzaamheden overige soorten

  • Zomereik: Met name in Zuid treffen we deze vaak in dichte opstand aan. Uitgelopen stobben met meerdere uitlopers dicht bij elkaar en zaailingen op minder dan een meter van elkaar. Laag afzetten om een afstand van 2-3 meter minimaal tussen de overgebleven bomen te krijgen om ze de ruimte te geven om te groeien.
  • Rododendron: De struiken op de kruising van de Vossenlaan en het Zussenpad (einde Vogelsloot) snoeien. Stuiken op andere locaties (sporadisch) verplanten naar de ingang van de Beukenlaan (links en rechts van het nieuwe toegangshek daar).
  • Beuk: Verwijderen of verplaatsen binnen 5 meter van een pad of van een toekomstboom (met name zomereiken). Verwijderen of snoeien op 3-5 meter van paden of hekwerk. Gesnoeide zijtakken op minimaal 3 cm van de stam afzetten (bescherming boom en ‘stekelvarkens’ vermijden).
  • Esdoorn: Dunnen dichte opstanden (min. 1-2 meter van elkaar), kleinere exemplaren eventueel rooien en verplanten (MeerBomen.nu).
  • Els: Stobben (eerder afgezet) in slootkanten om de 2-3 jaar opnieuw afzetten.
  • Hulst: Verwijderen of verplaatsen indien binnen 2 meter van een pad, dichte opstanden dunnen.